Kroonluchters

Wist u dat de bestuurders van de VOC in 1636 een dertig-armige kroonluchter cadeau gedaan hebben aan Shogun Iemitsu van Japan en dat deze tot op de dag van vandaag in de tempel van het
heiligdom Nikko hangt? Het zal zeker niet de enige keer geweest zijn dat de VOC een kroonluchter cadeau gaf, maar deze is extra bijzonder omdat de Japanners speciaal verzocht hadden om ieder onderdeel ‘met Japanse letteren’ te merken, zodat het demonteren en weer in elkaar zetten door de Japanners zelf kon gebeuren.

Al tijdens de Renaissance werden kerken, kastelen en paleizen verlicht met koperen kroonluchters en wandkandelaars. Vanaf de eerste helft van de 17e eeuw ziet men kroonluchters ook in de huizen van de gegoede burgerij. Kroonluchters waren niet alleen fraai om te zien, ze waren ook vernuftig uitgedacht; een bouwsysteem waarmee op maat de optimale lichtbron voor een ruimte kon worden samengesteld.
Elk onderdeel van de kroonluchter heeft zijn eigen functie: de spanwijdte van de uitstaande armen bepaalt de omvang van de lichtkrans, de glanzende koperen bollen functioneren als spiegels
om het licht in de breedte en naar beneden te laten weerkaatsen. Kroonluchters voor royale ruimten zoals kerken hebben meerdere etages kaarsarmen en een gr
ote spanwijdte. De etages zijn zo geplaatst dat het licht van de bovenliggende armen tussen die daaronder doorschijnt. De spanwijdte kan variëren van 37 cm tot 230 cm, het aantal etages van één tot drie, het aantal kaarsarmen van drie tot dertig. Het zijn stuk voor stuk koperen kunstwerken, waarvan het gewicht van de grootste, zoals in de nieuwe kerk te Amsterdam, de 250 kilo kan overschrijden. Voor de inhuldiging van Koning Willem Alexander zijn de kroon-luchters in oude luister hersteld door het enige nog bestaande geelgietersbedrijf in Nederland Brink & van Keulen te Amsterdam (www.brinkvankeulen.nl)

Gietproducten van geelkoper of messing werden en worden vervaardigd door een geelgieter. In vroeger tijden maakte de geelgieter zelf messing door koper en zink te smelten. Tegenwoordig koopt hij kant en klare ‘broden’ (zie voor een afbeelding de homepage van deze website). Na het smelten van de broden vindt het gieten plaats in zogenaamde Brusselse aarde, een vettig mengsel van
aarde en klei, waarin door middel van een mal (in een gietkast) een vorm gedrukt is. Na het verwijderen van de mal blijft de afdruk in de gietkast over. Voor de bovenkast moet dit proces nog een keer herhaald worden. Vervolgens worden boven en onderkast op elk
aar gelegd en voorzien van gewichten. De afdruk in boven en onderkast vormen de mal waarin het koper gegoten kan worden.
In de bovenkast wordt daarvoor een vulopening uitgespaard.
Na het gieten wacht de geelgieter een minuut of 20 voor de boven
en onderkast van elkaar gehaald worden en het ruwe gietstuk uit de
aarde gehaald kan worden. Op dat moment lijkt het gietstuk in de verste verte nog niet op het uiteindelijke product. Daarvoor zijn nog vele handelingen nodig, zoals zagen, slijpen, polijsten, solderen, vernissen en montage. Stuk voor stuk handelingen waarvoor vakmanschap op basis van vele jaren ervaring, vereist is.
Het is de overdracht van dit vakmanschap waarvoor de Stichting
zich wil inzetten.